Niet-Nederlanders en allochtonen

Integratie is een belangrijk thema in de Nederlandse politiek. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen niet-Nederlanders en allochtonen. Legale niet-Nederlanders hebben een verblijfsvergunning zonder Nederlands paspoort. Een allochtoon is een Nederlander die geboren is in het buitenland of die buitenlandse ouders heeft. Prinses Beatrix is volgens deze definitie ook allochtoon, maar het woord wordt meestal gebruikt voor mensen van een specifieke herkomst. Bij de eerste generatie allochtonen was vaak sprake van immigranten uit armere landen, die kwamen werken in de Nederlandse industrie. De huidige immigratie is divers en telt ook veel kenniswerkers uit of van buiten de Europese Unie. De Nederlandse overheid heeft maatregelen getroffen om de immigratie van kenniswerkers te bevorderen. Er is een fiscale vrijstelling voor kenniswerkers boven een bepaalde inkomensgrens. Verder mogen studenten van buiten de Europese Unie na afstuderen een jaar in Nederland blijven om te solliciteren. Veel niet-Nederlanders komen tegenwoordig tijdelijk naar Nederland om te studeren, promoveren of op projectbasis te werken. Er zijn weinig gegevens over de (tijdelijke) emigratie van studenten en kenniswerkers van Nederland naar het buitenland.

Zowel het aantal niet-Nederlanders als allochtonen (zie definitie onderaan de grafieken) is in de steden hoger dan in de plattelandsgemeenten. Verreweg de meeste niet-Nederlanders zijn afkomstig uit Europa, waarvan de meerderheid uit de Europese Unie. Deventer heeft het hoogste percentage niet-Nederlanders. Dit wordt mede veroorzaakt door de vestiging van Saxion in Deventer die relatief veel buitenlandse studenten heeft. Deventer heeft ook het grootste aantal allochtonen, mede door de vroegere immigratie van Turkse arbeiders voor de maakindustrie. De gemeente Voorst heeft de minste niet-Nederlanders en allochtonen.